Zoeken       

Veelgestelde vragen - Medehuurderschap

Binnenhof 9
3911 NP Rhenen

Telefoon (0317) 683200
Fax (0317) 614582

info@rhenensewoningstichting.nl

Wanneer is iemand medehuurder?

Als twee mensen getrouwd zijn of een geregistreerd partnerschap hebben, is de partner van de huurder van rechtswege medehuurder. Mensen die samenwonen, kunnen een "aanvraag medehuurderschap" aanvragen als ze minimaal twee jaar een duurzaam gemeenschappelijke huishouding voeren. Dit moet aangetoond worden door een uittreksel uit de gemeentelijke basisadministratie (GBA).

Wat betekent medehuurderschap?

Een medehuurder geniet wettelijke huurbescherming en kan dus niet zomaar uit zijn woning worden gezet. Hij draagt ook alle plichten die in de huurovereenkomst staan omschreven.

Wat gebeurt er na het verbreken van de relatie?

Bij een echtscheiding, scheiding van tafel en bed of beëindiging van het geregistreerd partnerschap kunnen de partners aan de rechter vragen wie de woning mag blijven huren. De uitspraak van de rechter is bindend. Na de uitspraak van de rechter kan één van de twee huurders van het contract verwijderd worden.

Bij samenwonenden dient een huuropzeggingsformulier ingevuld te worden; wie blijft er wonen en wie verlaat de woning. Dit formulier dient door beide huurders ondertekend te worden.

Wat zijn de gevolgen als de partners niet meer bij elkaar wonen?

Zolang een echtscheidingsprocedure loopt, delen de partners het huurderschap.

Wat gebeurt er na overlijden van de huurder?

De wettelijke medehuurder wordt automatisch huurder. Op voorwaarde natuurlijk dat hij in de woning blijft wonen.

Wat als iemand geen wettelijke medehuurder is?

Als mensen ongehuwd samen een duurzaam gemeenschappelijke huishouding voeren, kan de partner bij overlijden van de huurder zelf vragen om huurder te mogen worden. Het huurcontract wordt in ieder geval met zes maanden verlengd. De Rhenense Woningstichting adviseert in dit geval altijd contact op te nemen met de verhuurder. Kinderen van de overleden ouder kunnen zich in beginsel niet beroepen op een duurzaam gemeenschappelijke huishouding.